Groot nieuws: de Putkapel in Gent, verbonden aan het Eucharistisch mirakel van 1686, is weer open voor publiek!

In 2018 publiceerde ik op mijn website Eerherstelheiligsacrament.org, en in mijn boek ‘De Eucharistische Mirakelen van Nederland en België’ de geschiedenis van het Mirakel van Gent van 1686. De kapel was op dat ogenblik in ongebruik en ontoegankelijk voor publiek. Heden is de kapel echter weer in gebruik, en is ze elke zaterdag en zondag open voor bezoekers. De Putkapel bevindt zich in de Putkapelstraat in Sint-Denijs-Westrem (deelgemeente van Gent).

Dit is de geschiedenis:

In 1686 pleegden drie kerkrovers in de nacht van 16 op 17 december een diefstal in de Sint-Maartenskerk te Kortrijk. Ze sloegen een raam in en zaagden een houten pilaar door die het koor van de kerk omgaf. Vervolgens braken ze het tabernakel open en ontvreemdden verschillende cibories, kelken en een zilveren doos. De Hosties van de ciborie strooiden ze uit op de grond in de Kerk. Toen sloegen ze op de vlucht en gingen te paard richting Gent. De rovers scheidden van elkaar en de laatste, Pieter Bogaert ging met de reiszakken met de gestolen goederen alleen op weg. In Maaltebrugge (Sint-Denijs-Westrem) bij Gent ontmoette hij een herder met zijn kudde. De schapen vormden een kring en knielden voor het Heilig Sacrament die in de zilveren doos in één van de zakken zat. In paniek gooide hij die zak weg in een waterpoel, waarna de schapen ook daar kwamen knielen.

Na een grondige zoekactie werden de drie rovers gevat en het vaatwerk werd gerecupereerd. Pieter moest toen de plek aanwijzen waar hij de zak met de overige kerkschatten had gedumpt. De plechtige overbrenging van het heilig vaatwerk naar Kortrijk vond plaats op 1 januari en kende een grote volkstoeloop, ondanks de vrieskou en de sneeuwval. De Hosties werden overhandigd aan de abt van de Sint-Pietersabdij in Gent. De drie rovers, die nog heel wat andere kerkdiefstallen op hun geweten hadden, werden uiteindelijk terechtgesteld.

De plechtige overbrenging van het heilig vaatwerk naar Kortrijk vond plaats op 1 januari en kende een grote volkstoeloop, ondanks de vrieskou en de sneeuwval. De Hosties werden overhandigd aan de abt van de Sint-Pietersabdij in Gent.

In mei 1687 werd op die plaats een mooie barokke kapel gebouwd die reeds in oktober dat jaar werd voltooid.  Op 12 oktober werden de Hosties door de abt van de St-Pietersabdij plechtig naar de nieuwe kapel gebracht: de Heilig Sacramentskapel, later ook Putkapel of het ‘Putje’ genoemd. Paus Benedictus XIV verleende op 20 april 1758 een volle aflaat aan diegenen die de kapel zouden bezoeken op de vierde zondag na Pinksteren. Paus Clemens XIII verleende op 25 februari 1762 aan de leden van het ‘Broederschap van het Allerheiligste Sacrament’ dat in het ‘Putje’ werd opgericht, verschillende aflaten mits bepaalde voorwaarden. Paus Clemens XIV verleende op zijn beurt een volle aflaat voor zeven opeenvolgende jaren, aan wie éénmaal per jaar op gelijk welke dag de Putkapel zou bezoeken. Het putwater dat men in de kapel kon oppompen bewerkstelligde vele genezingen. Door de woelige tijden van de Franse Revolutie en daarna verwisselde de kapel vaak van eigenaar en bleef het vaak lange tijd gesloten. Dit zorgde dat de devotie en de bedevaart er naartoe afnam.

In 1944 kreeg de kapel de definitieve doodsteek: de Duitsers staken het in 1944 in brand en het ganse interieur met schilderijen, glasramen en dergelijke, ging volledig verloren. In 1958-1960 werd de kapel terug hersteld maar niet meer in gebruik genomen. Het bleef tientallen jaren gewoon leeg staan. De kapel, die intussen geklasseerd staat als beschermd monument, is niet toegankelijk voor de gelovigen en wordt ook niet meer gebruikt. Af en toe wordt het verhuurd voor niet-kerkelijke evenementen. De kapel zal in 2018 worden gerestaureerd en opnieuw opengesteld worden voor het publiek, als ontmoetingsplaats voor de buurtbewoners. Men zal echter ook opnieuw putwater kunnen oppompen.

De heilige Hosties werden in de beginjaren in de Putkapel bewaard. Tijdens de jaren van de Franse Revolutie werden de Hosties naar de kerk in Ledeberg overgebracht. Daar werden ze in een speciaal schrijn bewaard van kristal en goud. De Hosties zijn echter niet bewaard gebleven. In 1804 werd door de bisschop onderzoek ingesteld en men kwam tot de conclusie dat de speciën die er werden bewaard, niet meer de oorspronkelijke Hosties waren. In 1887 waren er slechts nog enkele ‘stofdeeltjes’ overgebleven in het schrijn.

Zoals ik zei, was de kapel in 2018 dicht. Er lag een hoop kerkstoelen in het priesterkoor, o.a. bovenop het altaar. De kapel is nu gerestaureerd, en aangekleed met door mensen geschonken stukken (schilderijen, beelden,…). Ze is gelukkig niet “herbestemd”. Er is elke zaterdag en zondag een H.Mis. En men kan in rechterhoek van de kapel achteraan nog steeds putwater oppompen en meenemen naar huis. De kapel is zaterdag vanaf ca 11u20 vrij toegankelijk (zo vertelde mij de koster). Over de middag is deze gesloten.

De beste manier van Mis horen – uit een ‘Zonneland’ van 1925…

Uit een Zonneland van 12 april 1925:

Een kruistochter (lid van de Eucharistische Kruistocht) gaat dikwijls naar de H. Mis… als hij kan, elke dag. Een Kruistochter let ook altijd goed op gedurende de H. Mis… hij bidt schoon. Sommige kinderen bidden dan aan hun paternoster… of ze bidden litanieën in hun kerkboek. Dat mag zijn… zo hoort men ook goed Mis. Maar dit is niet de beste manier van Mis te horen.

Welke is de beste manier?

’t Staat in de Catechismus: “De beste manier van Mis te horen is zijn inzicht te verenigen met dit van de priester, en aandacht te nemen op al wat er aan het altaar geschiedt, voornamelijk onder de bijzonderste delen van de H. Mis.”

Ziehier hoe een vurig Kruistochter deed: Wanneer hij in de kerk kwam, ging hij heel van voor knielen, zo dicht mogelijk bij het altaar… daar kon hij goed de priester zien, en de H. Mis volgen. Als de priester het kruisteken maakte, vooraleer de H. Mis te beginnen, dan deed ons Kruistochterke dit ook. “Jezus, zegde hij dan, al wat de Priester zegt, zeg ik ook!” Al wat de priester zegt, zeg ik ook: wat een schoon inzicht! Weet ge wat dit betekent? Dit betekent: “Al wat Jezus zegt, zeg ik ook…” De Priester immers staat daar in Jezus’ plaats. Wie dan zijn inzicht verenigt met dit van de priester, wil doen wat Jezus zelf doet in de H. Mis.

Lees Meer

H. Pièrre-Julien Eymard: De mystieke bruiloft

Ter gelegenheid van de feestdag van St. Pièrre-Julien Eymard op 1 augustus graag een homilie van hem over de mystieke bruiloft van Jezus met ons bij de H. Communie.

De Heer heeft bij zijn menswording de menselijke natuur aangetrokken; Hij heeft onze natuur aangenomen, maar zuiver en zonder zonde. Met deze natuur heeft Jezus Christus de wereld verlost. Jezus beminde de mensheid, omdat hij ze aangenomen heeft, daarom heeft Hij zich voor haar overgeleverd en daarom ook noemde hij zich zo gaarne de Zoon des mensen, Filius hominis.

Maar Jezus wil zich met elke ziel verenigen en daarom heeft hij de H. Eucharistie ingesteld. Dáár wordt dagelijks de bruiloft van Jezus Christus met de christenziel gevierd. Onze zielen zijn niet alleen tot het feest uitgenodigd, maar om bruiden te worden. Hoe heerlijk is deze uitnodiging, welke het Woord Gods ons met deze woorden doet: “Veni, sponsa, veni, coronaberis“; Kom o mijn ziel, mijn bruid, ontvang van mij de bruiloftskroon. De Heer vraagt ons slechts te willen komen. Hij zelf geeft ons in het H. Sacrament der Biecht het bruiloftskleed. Armen, kreupelen en lammen, allen nodigt Hij uit en zegt hun: “Venite inebriamini,… posui mensam“; komt u elke dag verzadigen met de zuivere wellusten aan mijn feestmaal. De Heer kon ons geen groter eer aandoen. Ik weet het, allen komen niet, en velen door hun fout; nochtans allen worden verzocht. Zij die wettig belet zijn elke dag te komen, dat zij zich verheugen dat andere christenen, meer begunstigd, vaker communiceren; dat zij zich verheugen dat de Heer niet tevergeefs in zijn tabernakel verblijft. Bij het zien van het feest van anderen, denkt op het uwe, dat aanstaande is.

Lees Meer

Jezus spreekt over de H. Eucharistie tot Zuster Josefa Menéndez: De teleurstellingen van Jezus’ Hart

Zuster Josefa Menéndez was een katholieke non en mystica. Zij werd geboren in Madrid en ging op 30-jarige leeftijd in het klooster van de Sociëteit van het Heilig Hart van Jezus in Poitiers. Ze stierf op 33-jarige leeftijd op 29 december 1923. Zij heeft heel wat boodschappen en overwegingen ontvangen van de Heer, welke zij neer heeft geschreven, waaronder overwegingen over Jezus’ lijden. Haar geschriften werden ten zeerste gewaardeerd door Kardinaal Pacelli, de latere Paus Pius XII.

Hieronder een eerste passage

De teleurstellingen van Jezus’ Hart.

Schrijf voor mijn zielen: Ik wil de zielen de bitterheid bekend maken, waarmee mijn Hart verzadigd werd op het ogenblik van het Laatste Avondmaal. Want was mijn vreugde groot bij de gedachte aan de zielen voor wie Ik spijs en levensgezel zou zijn, en van wie Ik tot het einde der tijden het getuigenis zou ontvangen van hun aanbidding, eerherstel en liefde, mijn droefheid was niet minder groot bij het zien van zoveel anderen, die Mij alleen zouden laten of zelfs niet zouden geloven aan mijn werkelijke tegenwoordigheid. In hoeveel harten, besmet door de zonde, zou Ik niet moeten binnengaan! En hoe vaak zou de ontering van mijn Vlees en Bloed niet leiden tot veroordeling van veel zielen!

Lees Meer

Maria, bij het Kruis, is ons voorbeeld voor het bijwonen van de H. Mis

Gisteren, 14 september, was het feest van de Kruisverheffing. Vandaag zijn we het feest van O.L.Vrouw van 7 smarten, en we willen hierbij een sermoen geven van wijlen E.H. Kanunnik D’Hoop over hoe Maria ons voorbeeld is bij het bijwonen van de H. Mis, het onbloedig Kruisoffer van Jezus.

Stabat autem juxta crucem Jesu mater ejus;

De Moeder van Jezus stond aan de voet van het Kruis (Joh. XIX, 25)

Hebt gij ooit met aandacht overwogen het wonderbaar feit dat op de Calvarieberg gebeurde is, namelijk een Zoon die de dood der misdadigers op het schandig kruishout sterft, en een Moeder die getuige is van deze dood, en dát van zo’n Zoon? Ach, als het op de wereld voorvalt dat een ellendeling, om zijn misdaad, op het schavot de dood der booswichten ondergaat, dan heeft men ten minste medelijden met zijn onschuldige moeder, en men verbergt haar het ogenblik waarop het strafgericht moet uitgevoerd worden; want het is onmenselijk wreed dat een moeder haar zoon zo moet zien sterven, onmenselijk wreed dat een zoon zo sterft voor de ogen van haar, die hem het leven heeft gegeven! En nochtans, Jezus, die onschuldig is, sterft als een booswicht op het Kruis, en Maria, de tederste der moeders, staat met kloeke moed aan de voet van dit Kruis! Zij staat dáár, drie uur lang, met een hart dat door het zwaard der liefde en der droefheid doorstoken is, bij het zicht van de bloedige wonden van haar enig Kind, haar beminde Jezus!

Lees Meer

Het Eucharistisch wonder van Cava dei Tirenni (Italië), 1657

Er is nu veel te doen rond het zogenaamde ‘coronavirus’. Een Amerikaanse bisschop riep onlangs op tot het houden van Eucharistische processies op de vooravond van het feest van St. Jozef, als boetedoening en om Gods genezende hand af te smeken. En dat is inderdaad een heel goed initiatief. In 1657 was er op Hemelvaart een uitbraak van de pest in de Italiaanse stad Cava dei Tirenni. De pest werd gestopt door een processie met het H. Sacrament in de stad te houden.

Lees Meer