Op 20 juli 1903 overleed Paus Leo XIII en het college van kardinalen koos een nieuwe paus. Voor velen was het de eerste keer omdat Leo’s pontificaat 25 jaar had geduurd en hij de meerderheid van de nieuwe kardinalen had gecreëerd, inclusief Kardinaal Sarto die tijdens de eerste stemming niet werd verkozen. Die eer ging naar Kardinaal Rampolla, maar Oostenrijk gaf zijn veto voor zijn verkiezing want toen was het een voorrecht voor verschillende Katholieke naties om hun veto te stellen voor de verkiezing van een paus.

Het verlies voor Rampolla was winst voor Sarto en de Kerk, want het conclaaf stemde opnieuw en, geleid door de H. Geest, verkoos het conclaaf op 4 augustus 1903 Guiseppe Kardinaal Sarto tot het hoogste ambt van de Moeder de H. Kerk. Hij kreeg 55 van de 60 mogelijke stemmen. Hoewel velen deze benoeming met genoegen zouden aannemen, weigerde Joseph eerst, uit nederigheid. Hij was diep bedroefd door het misbruik van vetorechten en zwoer om deze macht aan banden te leggen en ieder te excommuniceren die informatie zou lekken tijdens een conclaaf. Dit deed hij kort nadat hij paus was geworden.

Hij ging in de eenzaamheid en na lang en diep gebed en de aanmoediging van zijn medekardinalen, besefte hij dat het de Wil van God was dat deze eenvoudige parochiepriester Christus’ Ware Kerk zou leiden aan het begin van de 20ste eeuw. Dus, op 9 augustus 1903, bij zijn kroning in de St.-Pietersbasiliek, koos hij de naam Pius, ter ere van Paus Pius IX, die zijn priesterleven had geïnspireerd. Kort nadat hij tot de Stoel van Petrus verheven was, stelde hij zijn agenda samen, en kondigde hij an de wereld zijn ideaal en motto aan: “om alle dingen te herstellen in Jezus Christus” -“instaurare omnia in Christo“.

Het eerste doel in zijn agenda was om de vroomheid te promoten en Christus meer toegankelijk te maken in het Sacrament van de H. Eucharistie. Het was Pius X die uitvaardigde dat de Hostie en de Kelk moeten opgeheven worden tijdens de Consecratie in het H. Offer van de Mis en bij de doxologie (lofprijzing). Hij herinnerde de gelovigen eraan van de noodzaak om Jezus vaak te ontvangen in de vervulling van het Onze Vader, waarin Christus zei: “Geef ons heden ons Dagelijks Brood.” Pius voelde dat het noodzakelijk was om deze kwestie van het regelmatig ontvangen van de H. Communie opnieuw aan te kaarten, omdat velen zich onwaardig achtten om zo vaak Jezus in het H. Sacrament te ontvangen, en ze dus in hele horden wegbleven, behalve op verschillende feestdagen en plechtige zondagen. Dit is nogal tegengesteld aan vandaag, waar zovelen die de Mis bijwonen gewoon naar de Communie gaan zonder besef van hun waardigheid vóór God, door Hem te benaderen met een zuiver hart en in staat van genade.

Pius besefte ook dat kinderen makkelijker op een dwaalspoor kwamen omdat ze niet in staat waren om de nodige genaden te ontvangen of te begrijpen wat Jezus vroeg. Doorheen een diepgaande kennis van de sacramenten en catechese, voelde Pius dat generatie na generatie voordeel zou halen uit het ontvangen en het doorgeven van het “Brood des Levens”. Bijgevolg, bepaalde Pius X in Quam Singulari, op 15 augustus 1910, dat van deze tijd af alle kinderen die de leeftijd van verstand hadden bereikt, toegelaten zouden worden om Jezus in de H. Communie te ontvangen. Vele keren haalde hij de passage in Matteüs 19:13, Marcus 10:14 en Lucas 18:16 aan, waarin Jezus benadrukte, “Laat de kinderen tot Mij komen, en belet het hen niet, want voor zulks is het Koninkrijk van God.”

Bron: Daily Catholic