Het wordt hoog tijd dat het Eucharistisch Mirakel van Middelburg-Leuven opnieuw in ere wordt hersteld. Veel mensen weten niet meer dat in 1374 in Middelburg een opmerkelijk Eucharistisch Wonder heeft plaatsgevonden, en dat deze miraculeuze Hostie in twee delen wordt bewaard, het ene in Leuven en het andere in Keulen.

Korte geschiedenis

In Middelburg gebeurde in 1374 in het Augustijnerklooster aldaar een Eucharistisch Mirakel, toen iemand in staat van doodzonde te Communie ging en op de hostie beet. De Hostie veranderde in vlees en begon te bloeden. De priester haalde de Hostie uit zijn mond en bracht die in veiligheid.

Nadat de aartsbisschop van Keulen, Frederik III, van het Eucharistisch wonder van Middelburg had vernomen, liet hij nog in 1374 het Sacrament van Mirakel overbrengen naar de dom van Keulen. Korte tijd later werd de reliek overgebracht naar de Augustijnenkerk van Keulen, alwaar het werd uitgesteld ter aanbidding door de gelovigen. In 1380 verzochten de Augustijnen uit Leuven om een deel van de Hostie. Na drie dagen van intensief en collectief gebed ontdekte men dat de Mirakelhostie zich in twee delen had gesplitst: zo kon een deel in Keulen blijven (waar het later in de Sint-Albanskerk terecht kwam), het andere deel werd naar Leuven overgebracht. In Leuven ontstond een rijke verering, waaraan onder meer een broederschap (vanaf 1426) en ettelijke aflaten werden verbonden. Op 15 juni 1435 werd door de bisschop van Luik, Jan van Heinsberg, goedgekeurd dat jaarlijks op de eerste zondag na Pinksteren in Leuven een processie werd gehouden ter ere van het Sacrament van Mirakel. Nadat de Augustijnen, tijdens de Franse overheersing die volgde op de Franse Revolutie, Leuven hadden verlaten, werd de Hostie in 1803 overgebracht naar de Sint-Jacobskerk. Deze kerk werd echter in 1963 gesloten wegens de bouwvallige toestand ervan.

 

Waar is het mirakel naartoe?

Enige bestaande foto van het reliekschrijn, genomen in 1949. Foto: BaLat

De bouwvallige Leuvense Sint-Jacobskerk is sedert 1963 gesloten, dus het schrijn met de miraculeuze Hostie kan niet meer in die kerk aanwezig zijn.

Op de website van het broederschap van het Heilig Sacrament van Hasselt vroeg men zich ook af waar dit reliekschrijn met het Mirakel naartoe is sinds de sluiting van de bouwvallige St.-Jacobskerk in 1963:

Waar dit Sacrament van Mirakel wordt bewaard sinds de kerksluiting, is me niet bekend. Als student heb ik nooit iets van een verering voor dit mirakel gehoord of gezien in Leuven.

Het was op de website van het Nederlandse Meertens Instituut dat ik meer te weten kwam over het relaas van het wonder en de mogelijke huidige verblijfplaats van het schrijn, toen ik deze zomer opzoekingswerk verrichte rond het Mirakel van Middelburg, voor een tentoonstelling over Eucharistische Mirakelen in Nederland en België:

De St. Jacobskerk is sedert enkele decennia gesloten en verkeert in bouwvallige staat. De reliekhouder met het – voorheen Middelburgse, thans Leuvense – ‘Sacrament van Mirakel’ is tijdelijk in bruikleen bij Museum Van der Kelen-Mertens, eveneens in Leuven.

Echter, dit stuk werd nooit teruggegeven, en bevindt zich tot op heden in het depot van dat museum (dat inmiddels van naam is veranderd en nieuwe gebouwen kreeg). Toen ik het museum contacteerde bevestigden ze mij dit:

Hartelijk dank voor uw aanvraag, die ik via mijn kreeg collega doorgestuurd. De reliekhouders geassocieerd met het heilig Sacrament van Mirakel uit de Leuvense Sint-Jakobskerk zijn inderdaad in bewaring in het museumdepot van M.

Het schrijn kon niet worden gefotografeerd, daar het in stukken wordt bewaard en eerst moest opgepoetst en geassembleerd worden. Ik heb het verder laten rusten, tot nu.

Ik heb nu een brief geschreven namens de werkgroep Vox Populi van het Katholiek Forum, naar de deken van Leuven, E.H. De Gendt, met de vraag om hier iets aan te doen. Dit is een eerste stap, want hij is tenslotte verantwoordelijk voor de parochie van St.-Jacob in Leuven.

Laten we hopen en vooral bidden dat dit Eucharistisch Mirakel terug zijn weg mag vinden naar het gelovige volk, en opnieuw ter verering mag worden uitgesteld.