Mirakel van Niervaert, Nederland, 1300

In het jaar 1300 werd in de omgeving van het toenmalige Niervaert (nu Klundert) door Jan Bautoen en twee vrouwen een Hostie in de aarde gevonden. De Hostie werd naar de plaatselijke parochiekerk gebracht en kende algauw een toestroom van pelgrims.

Volgens de bewaard gebleven 16e-eeuwse kroniek van de Bredase Sacramentsbroederschap kende Niervaart reeds snel na de gebeurtenis van het wonder een grote toeloop van pelgrims. De faam van Niervaart nam verder toe nadat een onderzoeksrechter van het bisdom Luik, magister Macarius, de Hostie op oneerbiedige wijze had gepoogd te doorboren, waarna het Sacrament begon te bloede. Na de melding van het voorval met magister Macarius worden in de kroniek 20 wonderen vermeld die tussen 1373 en 1437 zouden zijn geschied door toedoen van het Sacrament van Mirakel.

In de jaren na de Elisabethsvloed van 1421 streed de parochie van Niervaart een vergeefse strijd tegen de oprukkende waterlijn. De situatie werd zo penibel, dat het volk ‘seer scuwede dat heilighe weerdighe sacrament daer vele te versueken om der grooter soorchlicheit wille van dien soorchliken watere ende oic om ongheval’. Op 13 maart 1449 werd daarom, in opdracht van de heer van Breda, graaf Jan van Nassau, en diens gemalin Maria van Loon, het Niervaartse Sacrament van Mirakel in een ciborie, per schip overgebracht naar het veiliger Breda.

In Breda zou de faam van het Sacrament van Mirakel nog verder toenemen. In 1463 werd het ‘Gilde vanden Heilighen ghebenediden sacramente van miraculen ende vander Nyeuwervaert’ opgericht, aan welke broederschap in 1468 door het kapittel van de O.L. Vrouwekerk een eigen dag (donderdag) in de week werd toegestaan voor het vieren van een lof. De broederschapsleden bestonden uit aanzienlijke inwoners van Breda. Bij de processie, die net als voorheen in Niervaart jaarlijks op de zondag voor St. Jan (24 juni) werd gehouden, droegen zij als onderscheidingsteken een afbeelding van de mirakelhostie op hun hoed.

Afgaande op de genoemde kroniek zou het Sacrament van Mirakel in Breda een aantal wonderen hebben bewerkt, al zijn deze slechts geregistreerd voor een korte periode: met betrekking tot de periode dat de cultus nog in Niervaart was gevestigd worden 21 wonderen vermeld, gebeurd tussen 1300 en 1437; met betrekking tot de verering in Breda worden 12 wonderen vermeld, gebeurd tussen 1449 en 1456. In de meeste gevallen betreft het wonderbaarlijke reddingen of genezingen die gebeurden nadat een belofte was gedaan om op bedevaart te gaan. De meeste wonderen (16 x) betreffen de genezing van een kind. Als plaatsen van herkomst van de begunstigde pelgrims worden genoemd: Niervaart zelf, Etten (3 x), Dordrecht, Rotterdam (3 x), Vrachelen (bij Oosterhout), Overveld (bij Princenhage), in en buiten Breda, Gilze, Chaam, Zwaluwse Dijk (tussen Strijen en Tholen), Baarle, Geertruidenberg. Het laatste mirakel dat in de kroniek wordt vermeld, betreft een moeder en haar kind uit Brugge, die na verkregen genezing op bedevaart gaan naar ‘dat lieve weerdighe heilige sacrament vander nyeuvaert dat tot Breda inder kercken rustende is’. Merkwaardig zijn de lotgevallen (tussen 1394 en 1404) van een zekere Wouter van Kersbeke (Kersbeek, nabij Tienen, B) die in de kroniek vermeld staan. Nadat Wouter en zijn schildknaap tijdens een kruistocht in Pruisen gevangen waren genomen door de ‘heidenen’, werd geloot wie van hen beiden verbrand zou worden. Wouter beloofde het Sacrament te Niervaart te bezoeken indien het lot hem niet zou treffen. Gelukkig voor hem werd zijn knecht het brandoffer, en kon Wouter, na te zijn vrijgekocht, zijn gelofte vervullen.

Tijdens de Nederlandse Opstand, toen de stad wisselend in handen was van de twee strijdende partijen, werd de cultus sterk belemmerd. In 1568 nam Alva Breda in en kon er voor het eerst sinds enkele jaren weer een processie worden gehouden, echter zonder opluistering, ‘om de sorgelijcke tijden’. Na de inname van Breda in 1625 bewerkte Spinola eveneens dat de katholieke eredienst voor enige tijd werd hersteld. In dat jaar werden de restanten van het voorheen door tegenstanders ontluisterde sacramentsretabel weer vergaard en met eer bejegend, onder meer door aartshertogin Isabella.

In 1697 werd de broederschap, vanaf dan Confrérie genoemd, nieuw leven ingeblazen door de pastoor van de St. Barbarakerk, Gerardus ten Heuvel. Het vrome werk dat door de Confrérie werd gedaan, verschilde in aard niet essentieel van dat van sacramentsbroederschappen elders, en had waarschijnlijk nauwelijks uitstraling buiten de kerk en de eigen gelederen. Ofschoon ook deze opnieuw opgerichte broederschap aanzienlijke burgers telde onder haar ledental, dat op maximaal 30 was gesteld, had ze voortdurend met geldzorgen te kampen.

Vanaf de Franse overheersing (1795-1814) tot na het midden van de 19e eeuw bestond er onder Bredanaars nog maar weinig animo om confrère te worden. Deze situatie veranderde na 8 september 1863, toen het vierde eeuwfeest werd gevierd. Tijdens dit jubileum werd na lange tijd weer een luisterrijke processie gehouden (binnen de kerk) die als volgt was samengesteld: voorop het vaandel van de parochiekerk; vier priesters bij wie zich 24 in het wit geklede jonge maagden hadden aangesloten; de leden van de broederschap van de processie naar Kevelaer met hun vanen; de leden van de Confrérie achter hun bij het vorige eeuwfeest verworven vaandel. Tevens verwierf de Confrérie een nieuw schilderij, vervaardigd door de Bredase schilder P. Balmakers, voorstellende het opnemen van de miraculeuze hostie door de pastoor van Niervaart. Nadat in 1869 de nieuwe St. Barbarakerk aan de Prinsenkade was ingezegend en de oude Brugstraatse kerk was verlaten, kreeg in 1871 de gedachtenis aan het Sacrament van Niervaart nog een extra stimulans dankzij paus Pius IX, die aan Breda de viering van een eigen liturgisch feest, op 11 mei, ter ere van dit sacrament toestond.

Tot 1966 werd jaarlijks een stille Omgang gehouden ter ere van het Sacrament van Mirakel. Het stierf een stille dood door gebrek aan belangstelling. Echter, sinds 1994 is er opnieuw, door impuls van het heropgerichte broederschap, elk jaar een Stille Omgang ter ere van het Mirakel.

Bron.